Doelstellingen

header


Doelstellingen

De statuten van de vzw Present Caritas vrijwilligerswerk geven volgende doelstellingen aan:

De vereniging heeft tot doel de solidariteit te bevorderen met zieken, ouderen, mensen met een handicap en andere zorgbehoevenden die in een voorziening verblijven. Zij wil deze solidariteit concreet vorm geven door:

  • het werken aan sensibilisering van de maatschappij voor deze personen en hun situatie;
  • het oproepen tot vrijwillig engagement;
  • het bouwen van bruggen tussen mensen in voorzieningen en de buitenwereld om mee te werken aan de humanisering van de instellingen;
  • het geven van inhoud en omkadering aan het vrijwilligerswerk in voorzieningen (ongeacht hun levensbeschouwelijke visie), ter verbetering van de zorgverlening en ter ontplooiing van de vrijwilliger zelf.

Jongeren zijn een specifieke doelgroep binnen deze werking en de vereniging zal bijgevolg aangepaste initiatieven voor de jonge vrijwilligers ontplooien, o.a. door het organiseren en begeleiden van jongerenkampen (Joka).
De vereniging stelt zich eveneens tot doel om materiële en morele solidariteit te betonen met initiatieven van vrijwilligerswerk in binnen- of buitenland.
Deze doelstellingen worden nagestreefd vanuit een christelijke visie die openheid garandeert voor verschillende levensovertuigingen en waarbij de principes en de regels van de democratie en het Europees verdrag van de rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind onderschreven worden. (art. 3)

Deze doelstellingen willen we graag kaderen tegen een aantal achtergronden die onze visie op de problematiek verduidelijken.

  • Individualisering: onze tijd is gekenmerkt door een minder gericht zijn op de ander en op de gemeenschap als geheel. Vanuit de mogelijkheden die het tijdskader ons aanreikt, geraakt de mens meer en meer op zichzelf gericht. Dit geeft ontplooiingskansen, maar gaat in een aantal gevallen ook ten koste van het solidariteitsgevoel. Verantwoordelijkheid opnemen voor de anderen wordt verschoven naar de opdracht van de overheid. Hier willen we een tegenstroom vormen van mensen die door hun vrijwillige inzet de “samen-leving” terug meer adem geven.
  • De autonomie van elke mens wordt in het kader van dezelfde individualisering sterk benadrukt in onze samenleving. Deze versterking van de autonomie vinden we positief, maar als een mens zorgbehoevend wordt, verliest hij een deel van zijn autonomie. Hij riskeert meer en meer te worden beschouwd als een “last” voor de samenleving. Goede zorg wil juist die autonomie herstellen en bevorderen waar mogelijk. Nochtans zijn er grenzen aan de autonomie. Een erkenning van het totale mens-zijn en een ware ontmoeting van mens tot mens kunnen dan een antwoord bieden op het verlies van autonomie en zorgen ervoor dat mensen zich waardig en erkend blijven voelen in de samenleving. Afhankelijkheid wordt dan niet meer als last ervaren.
  • De visie op de mens en op zorg in onze samenleving is soms eenzijdig fysisch ingekleurd en/of te zeer opgedeeld in specialismen (“compartimentalisatie”). Bovendien worden de eisen die aan de zorgverleners én aan de zorgbehoevenden worden gesteld steeds hoger. Dit blijkt uit bepaalde evoluties in het zorglandschap: de ver doorgedreven specialisatie in de geneeskunde, de steeds kortere verblijfsduur van patiënten in de ziekenhuizen, de stijging van de leeftijd en de zorgbehoevendheid van de bewoners van ouderenvoorzieningen en voorzieningen voor mensen met een handicap. De idee leeft binnen onze samenleving dat opgenomen zijn in een voorziening een totale zorg garandeert. Echter door het focussen van de zorgverlening op fysieke of psychische zorg, komt de mens in zijn totaliteit niet meer ten volle tot zijn recht.
    Met vrijwilligers willen we de mens als totale mens terug centraal stellen. Op deze manier dragen we ertoe bij om de voorzieningen meer een menselijk gelaat te geven. Deze totaalvisie op mens en zorg biedt een belangrijke meerwaarde aan de zorg.
  • Vereconomisering van de zorg: de zorg voor de medemens die ziek of oud is of een handicap heeft, kost heel wat aan de maatschappij. Om aan de financiële kosten tegemoet te komen, worden voorzieningen meer en meer onderworpen aan een beleid dat sterk gerationaliseerd is. Op zich is dit niet negatief, want de middelen moeten optimaal gebruikt worden. Toch dreigen, door een te commerciële ingesteldheid, het doel en de middelen verward te worden, zodat de zorg voor de mens secundair wordt. Nochtans zijn deze voorzieningen er in de eerste plaats om de zorg voor de mens op te nemen. Hiertegen willen we duidelijk stellen dat, door vrijwilligers op een andere manier in te zetten dan beroepskrachten, voor ons de mens centraal moet blijven staan.
  • We vertrekken vanuit een waardeschaal die aandacht heeft voor alle medemensen en die prioritair positieve aandacht vraagt voor de zorgbehoevende medemens. We putten hiervoor uit de christelijke inspiratie en spreken over een “voorkeuroptie”.
  • Vrijwilligerswerk is gratis inzet. Tegen een achtergrond van een “Actieve Welvaartstaat”  willen we benadrukken dat welzijn veel ruimer is dan welvaart. Vrijwillig engagement blijft een grote meerwaarde bieden aan de samenleving. We zouden het een vervlakking en verzanding vinden van de samenleving als alles alleen in het licht van de materiële welvaart wordt getoetst.
  • Present Caritas vrijwilligerswerk richt zich voornamelijk op mensen die in een voorziening verblijven. De voorzieningen waar we ons op richten zijn algemene ziekenhuizen, palliatieve eenheden, ouderenvoorzieningen, psychiatrische voorzieningen en voorzieningen voor mensen met een handicap. We richten ons vooral op deze groep mensen omdat het opgenomen zijn in een voorziening een heel eigen problematiek en specifieke aandachtspunten voor de zorgvragers mee brengt. De individuele aandacht en zorg van vrijwilligers voor de medemens geeft een sterke toegevoegde waarde aan de professionele zorg.
  • Vrijwilligers betekenen een concrete hulp en steun voor de mensen die ziek of oud zijn of een handicap hebben. Ze treden niet personeelsvervangend op, maar zijn aanvullend op de beroepskrachten. Zo nemen ze wel kleine taken op die concrete hulp bieden, maar die tegelijk een middel zijn tot contact met de zorgvrager. Het is juist dat individuele contact dat zorgt voor de verhoging van de levenskwaliteit van de zorgvrager. Vrijwilligerswerk vereist in dit kader geen professionele kennis, maar wel een eigen deskundigheid; want wat de vrijwilliger doet, moet wel adequaat zijn en van goede kwaliteit.
  • Met vrijwilligers kunnen we inspelen op nieuwe noden die in de voorzieningen naar voor komen. Door de evoluties (maatschappelijk, sociaal-economisch, medisch, enz.) komen er regelmatig andere noden naar boven bij de zorgvragers en de voorzieningen. Deze kunnen vanuit het bestaande professionele kader in de voorzieningen soms niet beantwoord worden. Vrijwilligers kunnen hierop flexibel inspelen, tenminste in de mate dat het opportuun is dat op die noden door vrijwilligers ingespeeld wordt.
  • Vrijwilligerswerk leidt tot wederzijdse verrijking. Het komt dus niet alleen de hulpvrager ten goede, maar ook de vrijwilliger zelf. We denken hier aan elementen als zinvolle vrijetijdsbesteding (in een tijd waarin de effectieve vrije tijd sterk is gestegen), integratie van de vrijwilliger in maatschappelijke bewegingen, sociale contacten, enz. Het biedt dus aan beide partijen nieuwe kansen om zich te ontplooien.
  • We willen als organisatie ook het vrijwilligerswerk kansen geven. Vrijwilligerswerk is niet gelijk te stellen met vrijwillige inzet zoals burenhulp of mantelzorg. Vrijwilligerswerk gebeurt in georganiseerd verband en moet ook degelijk ondersteund worden. Evoluties in het vrijwilligerswerk vragen om een andere vorm van begeleiding, vorming en ondersteuning om de kwaliteit van de dienstverlening hoog te houden.