Historiek
Historiek
Caritas Gemeenschapsdienst is ontstaan in een periode, begin
jaren '60, dat er een ernstig tekort was aan verpleegkundigen
in de ziekenhuizen. Vooral tijdens de weekends en de verlofperiodes
kwam het personeel handen te kort. De basiszorgen waren wel verzekerd,
maar voor tal van kleine dingen die zieken toch belangrijk vinden,
was er geen ruimte meer.
Een Brussels priester had dit aan den lijve ondervonden en hij
nam het initiatief om hieraan iets te doen. Hij bracht dit ter
sprake in de koepel van de christelijke verzorgingsinstellingen:
Caritas Catholica. Zij maakte van de nood een deugd en startte
in 1963, het jaar waarin ze haar 25 jarig jubileum vierde, het
project "Caritas Gemeenschapsdienst". Het project moest
ertoe bijdragen dat de zorg van de voorzieningen en de beroepskrachten
ook bij de burger zou leven, en meer specifiek bij de jeugd.
De eerste bedoeling was in de voorzieningen kansen te scheppen
voor een meer "warmmenselijke" benadering van de zieken
door aandacht te hebben voor kleine dingen, door tijd te maken
om te luisteren en door een stukje "buitenwereld" naar
binnen te brengen. Tegelijk wilde men jongeren vertrouwd maken
met de ziekenhuiswereld en hen terug motiveren om te kiezen voor
een zorgberoep.
In 1964 werd het project uitgebreid van Brussel naar Vlaanderen
en Wallonië. De Franstalige en Nederlandstalige werkingen gingen
vrij vlug als twee aparte feitelijke verenigingen opereren (de
Franstalige werking ontwikkelde zich verder en is nu de a.s.b.l.
Entraide et Amitié). Vrijwilligers werden toen voornamelijk ingeschakeld
in het verzorgingswerk op de hospitalisatieafdeling van ziekenhuizen
in de grote agglomeraties.
In de periode 1964 tot 1970 breidde de werking zich verder uit
over alle Vlaamse provincies in zowel voorzieningen in de publieke
sector (OCMW's) als in de private sector (vzw's).
In dezelfde periode ontdekte men dat verwante sectoren, zoals
de ouderenzorg, de psychiatrische zorg en de gehandicaptenzorg,
met soortgelijke noden kampten als de ziekenhuizen en werd de
werking uitgebreid naar bewoners, patiënten en cliënten in deze
zorgsectoren.
Reeds van in de beginjaren ging er heel wat aandacht uit naar
ondersteunende activiteiten zoals vrijwilligersbijeenkomsten,
vormingen, een tijdschrift, enz.
Waar in de eerste jaren de werking vooral gericht was op jongeren,
kwam er vanaf de tweede helft van de jaren 1960 en zeker vanaf
de jaren 1970 een opmerkelijke groei in vraag en aanbod van volwassenen.
De werking van Present is er met die verruiming
van de leeftijd enkel maar rijker op geworden. De ruime levenservaring
van vele vrijwilligers is dikwijls een extra troef in het aanwezig
zijn en ondersteunen van de mensen die zorgbehoevend zijn.
Vanaf de tweede helft van de jaren 1970 (en zeker in de jaren
1980) kwam er ook een verschuiving in de activiteiten van de
vrijwilligers. Verzorgende taken werden afgebouwd, nieuwe taken
gaven nieuwe kansen, o.a.: bezoek, hulp bij het maaltijdbegeleiding
en maaltijdbedeling, intern vervoer van zieken, hulp bij de animatie...
Er zijn sinds dan ook nog heel wat andere kleine taken mogelijk,
die moeilijk in een opsomming passen, zoals bijvoorbeeld het
verzorgen van de bloemen of individueel inspelen op specifieke
vragen van bewoners, patiënten en cliënten. Op deze manier kregen
de vrijwilligers een pakket van mogelijke taken die ook een middel
zijn om met de zorgvragers in contact te komen en hen zo meer
levenskwaliteit te bieden. Hierbij kwam er ook meer en meer oog
voor de totale mens (als lichamelijke, psychische, sociale en
spirituele eenheid) achter de ziekte, de handicap of de ouderdom
en werd de mens in een ruimere maatschappelijke context geplaatst.
In 1979 werd de feitelijke vereniging omgevormd tot een vzw.
Vanaf 1981 werd de vzw erkend als sociaal-culturele organisatie
(volksontwikkelingswerk) onder het KB '67. Later werd Present erkend onder het "5de decreet",
eveneens onder de bevoegdheid van volksontwikkelingswerk. De
erkenning had vooral betrekking op de vormingsinitiatieven die
Present organiseerde in het kader van de ondersteuning
en kwaliteitsverbetering van het vrijwilligerswerk.
In de jaren 1980 zette de tendens naar volwassenenwerk zich sterk
verder. Tegelijk zagen we ook een terugval in het aantal jongeren,
zeker wanneer het om langdurende engagementen ging. Om in te
spelen op de specifieke kenmerken van jongeren, lanceerde Present in 1980 een kampformule, waar jongeren tussen
17 en 30 jaar op een aangepaste manier een sociaal engagement
opnamen dat tegelijk voor henzelf erg verrijkend was, omdat ze
voor één week werden ondergedompeld in de leefwereld van de mensen
die zorgbehoevend zijn.
Het project kende dergelijke bijval dat Present
het de moeite vond om deze kampwerking verder uit te bouwen en
te ondersteunen. Om praktische redenen werd eind 1991 Joka vzw
opgericht. Sindsdien heeft ze een eigen werking en is ze een
van de landelijke jongerenorganisaties die actief zijn in Vlaanderen.
Deze vzw werd in 1994 erkend als Landelijke Jeugddienst (Joka
organiseert momenteel een 50-tal kampen per jaar, een vormings-
en ontspanningsweekend en verscheidene andere activiteiten in
het teken van de kampen).
In 1990 ontstond de eerste palliatieve eenheid. Het palliatieve
zorgmodel beschouwt vrijwilligers als een noodzakelijke steunpilaar.
Present aanvaardde de uitdaging en werd doorheen
de jaren toonaangevend voor vrijwilligerswerk op de palliatieve
eenheden in Vlaanderen. In de palliatieve zorg ligt het accent
sterk op de totaalbenadering van de mens en op de kwaliteit van
leven ten einde toe.
In 1997 werden drie nieuwe decreten van kracht op het volksontwikkelingswerk.
Omdat onze werking niet 100% paste in het decreet op de diensten
en we onze eigenlijke missie trouw wilden blijven, opteerden
we om geen erkenning te vragen als socio-culturele dienst. Voor
de vormingsinitiatieven die Present organiseerde,
werkten we samen met (als regio van) het CCV (Centrum voor Christelijk
Vormingswerk) dat een erkenning had als vormingsinstelling onder
het decreet op de instellingen (volksontwikkelingswerk).
In 2002 gingen we een structurele samenwerkingsovereenkomst aan
met een partnerorganisatie (Steunpunt Vrijwilligerswerk Broeders
van Liefde). Deze resulteerde in 2003 tot een verruiming van
onze werking doordat we met een 30-tal voorzieningen waar vrijwilligers
zich inzetten voor de bewoners of patiënten, een nieuwe samenwerking
aangingen. Voor Present was dit ook een uitdaging
om o.a. de vrijwilligers in voorzieningen voor personen met een
handicap beter te omkaderen en zo niet alleen kwantitatief, maar
ook kwalitatief de werking uit te breiden.
Joka wordt in de loop van 2004 geleidelijk ge(re)ïntegreerd in
de werking van Present. Beiden organiseren
en ondersteunen vanuit een gemeenschappelijke visie vrijwilligerswerk
in verzorgingsinstellingen in Vlaanderen. De samenwerking, die
er altijd al was, zal gestructureerd worden en zo zal Joka vanaf
2005 integraal deel uitmaken van Present als
jongerenwerking.
In 2007 wordt Caritas Gemeenschapsdienst omgedoopt
tot "Present, Caritas vrijwilligerswerk".

